Participatiereglement

A Vaststelling en wijziging van het Participatiereglement

Art. 1: Conform artikel II.331 en II.332 van de Codex Hoger Onderwijs nemen het Bestuur en de Studentenraad een Participatiereglement aan met een volstrekte meerderheid van stemmen binnen het bestuur en de Studentenraad.

B Statuut en faciliteiten voor de studentenvertegenwoordigers

Art.2: §1 De Raad van Bestuur draagt er zorg voor dat de (voormalige) vertegenwoordigers van de studenten in de participatieorganen binnen de instelling in hun hoedanigheid van student op geen enkele wijze nadelen ondervinden of tuchtsancties krijgen voor de daden gesteld in de uitoefening van hun mandaat.
§2 De vertegenwoordigers van de studenten die menen vanwege hun lidmaatschap van de participatieorganen binnen de instelling in hun hoedanigheid van student benadeeld te zijn of een tuchtsanctie te hebben gekregen, kunnen hiertegen een met redenen omkleed bezwaar indienen bij de ombudsdienst van STUVO+.
§3 De ombudsdienst legt binnen de veertien kalenderdagen een voorgenomen besluit ter instemming voor aan het Directiecomité behalve wanneer de indiener van het bezwaar reeds voordien schriftelijk te kennen geeft met de inhoud ervan akkoord te gaan.
Art 3: §1 De vertegenwoordigers van de studenten kunnen faciliteiten genieten zoals vastgelegd in de onderwijsregeling
§2 De Studentenraad geniet van de ondersteuning zoals omschreven in de onderwijsregeling.

C Participatieorganen met studentenvertegenwoordigers

Art. 4: §1 De ASR vaardigt studenten af met stemrecht naar de Raad van Bestuur van Odisee, zoals omschreven in de structuurnota. Een van deze studenten is tevens lid van de UC-Raad. De werking van de Raad van Bestuur en de UC-raad wordt vastgelegd in het werkingsreglement van Odisee.
§2 De ASR vaardigt de studenten met stemrecht af naar de Academische Raad van Odisee. De werking van de Academische Raad wordt vastgelegd in het werkingsreglement van Odisee.
§3 Een vaste vertegenwoordiging van studenten met stemrecht is tevens voorzien in de kernteams van de opleidingen. De werking van de kernteams wordt vastgelegd in het werkingsreglement van Odisee.
§4 De ASR vaardigt een student af voor de werk- en stuurgroepen onderwijs & kwaliteit, onderwijs – en examenreglement, taalbeleid, diversiteit en internationalisering. De werking van deze stuur – en werkgroepen wordt geregeld in het werkingsreglement van Odisee.
§4 Naargelang de noodwendigheden van de agenda kunnen er steeds een of meerdere studenten met adviesrecht uitgenodigd worden op een vergadering van een ander orgaan, werkgroep, stuurgroep of ad-hoc overleg dan deze hierboven vermeld.

D Verkiezing van studentenvertegenwoordigers

Art. 5: De verkiezingen van de vertegenwoordigers van de studenten is geregeld in het kiesreglement voor de mandaten voor vertegenwoordigers van de studenten in de participatieorganen.

E Samenstelling en werking van de participatieorganen

Art. 6: De samenstelling en werking van de participatieorganen is geregeld in het werkingsreglement van Odisee.

F Bevoegdheden van de Studentenraad

Art. 7: §1 De ASR verdedigt de belangen van alle regelmatig ingeschreven studenten aan Odisee en de studenten van de KU Leuven op de campussen Aalst, Brussel en Gent. De bevoegdheden van de ASR met betrekking tot de KU Leuven studenten wordt geregeld in het participatiereglement van de studentenraad KU Leuven, STURA.
§2 De ASR heeft ten behoeve van alle vertegenwoordigde studenten, zowel Odisee als de KU Leuven, een informatieplicht over de wijze waarop hij zijn bevoegdheden uitoefent. Deze informatieplicht wordt voldaan door minstens het publiceren van de verslagen van de Algemene Vergadering op de website van de ASR (http://www.asr.ac )
Art. 8: De ASR kan uit eigen beweging een schriftelijk advies uitbrengen met betrekking tot alle aangelegenheden die studenten aanbelangen. Het directiecomité of de Raad van Bestuur brengt na ontvangst van een advies steeds een met redenen omklede schriftelijke reactie uit in de vorm van een voorstel.

G Geschillenregeling inzake het Participatiereglement

Art. 9: Er is sprake van een geschil als het directiecomité of de Raad van Bestuur en de Studentenraad het ondanks bijkomend overleg, respectievelijk een gewijzigd voorgenomen besluit niet eens zijn over de uitvoering van het Participatiereglement en/of de interpretatie van een bepaling van het Participatiereglement. Indien er sprake is van een geschil over de uitvoering van het Participatiereglement en/of de interpretatie van een bepaling van het Participatiereglement, wordt dit binnen de veertien kalenderdagen gemeld aan de ombudsman de hogeschool. De ombudsman legt binnen de veertien kalenderdagen een bemiddelingsvoorstel voor aan het Directiecomité en de Studentenraad. Indien dit bemiddelingsvoorstel niet aanvaard wordt op grond van een volstrekte meerderheid van stemmen binnen het Directiecomité en de Studentenraad, neemt de Raad van Bestuur een eindbeslissing. Hij brengt hiervan steeds een met een redenen omklede schriftelijke reactie uit ten aanzien van de Studentenraad. Deze motivering wordt binnen een termijn van veertien kalenderdagen meegedeeld aan de Studentenraad, die ingaat de dag na deze waarop de betrokken reglementaire bepaling wordt aangenomen.

Deel dit met je medestudenten
Email this to someonePrint this pageShare on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedIn