Opgelet. Dit reglement dient nog te worden goedgekeurd op een Algemene Vergadering. Gezien de huidige coronatijden kunnen de Algemene Vergaderingen momenteel nog niet plaatsvinden.

A Vaststelling en wijziging van het Participatiereglement

Art. 1: Conform artikel II.331 en II.332 van de Codex Hoger Onderwijs nemen het Bestuur en de Studentenraad een Participatiereglement aan met een volstrekte meerderheid van stemmen binnen het bestuur en de Studentenraad.

B Statuut en faciliteiten voor de studentenvertegenwoordigers

Art.2:

  1. De Raad van Bestuur draagt er zorg voor dat de (voormalige) vertegenwoordigers van de studenten in de participatieorganen binnen de instelling in hun hoedanigheid van student op geen enkele wijze nadelen ondervinden of tuchtsancties krijgen voor de daden gesteld in de uitoefening van hun mandaat.
  2. De vertegenwoordigers van de studenten die menen vanwege hun lidmaatschap van de participatieorganen binnen de instelling in hun hoedanigheid van student benadeeld te zijn of een tuchtsanctie te hebben gekregen, kunnen hiertegen een met redenen omkleed bezwaar indienen bij de ombudsdienst van STUVO+.
  3. De ombudsdienst legt binnen de veertien kalenderdagen een voorgenomen besluit ter instemming voor aan het Directiecomité de Directeur Student en Talent behalve wanneer de indiener van het bezwaar reeds voordien schriftelijk te kennen geeft met de inhoud ervan akkoord te gaan.

Art 3:

  1. De vertegenwoordigers van de studenten kunnen faciliteiten genieten zoals vastgelegd in de examen –en onderwijsregeling
  2. De Studentenraad geniet van de ondersteuning zoals omschreven in de onderwijsregeling. (Art. 97. Afwijkende regelingen voor studenten in participatie-organen)

C Participatieorganen met studentenvertegenwoordigers

Art. 4:

  1. De ASR vaardigt studenten af met stemrecht naar de Raad van Bestuur van Odisee, zoals omschreven in het bestuurs, medezeggenschaps en werkinsregelement. Een van deze studenten is tevens lid van de O-raad. De werking van de Raad van Bestuur en de O-Raad wordt vastgelegd in het werkingsreglement van Odisee.
  2. De ASR vaardigt de studenten met stemrecht af naar de Academische Raad van Odisee. De werking van de Academische Raad wordt vastgelegd in het werkingsreglement van Odisee.
  3. Een vaste vertegenwoordiging van studenten met stemrecht is tevens voorzien in de kernteams van de opleidingen. De werking van de kernteams wordt vastgelegd in het werkingsreglement van Odisee.
  4. Indien er geen kernteam ingericht wordt door de opleiding, wordt een student uitgenodigd op het onderwijsteam zoals vastgelegd in het werkingsreglement van Odisee.
  5. De ASR vaardigt 8 studenten af naar De Stuvoraad. Deze bestaat uit de decretale Stuvoraad van de hogeschool en uit de deelstuvoraad KU Leuven op de campussen van Odisee. De afvaardiging voorziet 8 studenten van de graduaatsopleidingen en de professionele bacheloropleidingen samen: 4 van campus Brussel, 2 van campus Gent, 1 van campus Aalst en 1 student van campus Sint-Niklaas.
  6. De ASR vaardigt af voor de werk- en stuurgroepen, onderwijs – en examenreglement, taalbeleid, projectgroepen kaderen in het strategisch programma, 0-Raad, D-raad, stuurgroep studentenbeleid, internationalisering, ea zoals gedifinieerd in het werkingsreglement van Odisee. De studentenraad bepaalt zelf de relevantie en aanwezigheid in stuur- en projectgroepen.
  7. Naargelang de noodwendigheden van de agenda kunnen er steeds een of meerdere studenten door het dagelijks bestuur met adviesrecht uitgenodigd worden op een vergadering van een ander orgaan, werkgroep, stuurgroep of ad-hoc overleg dan deze hierboven vermeld.
  8. De Studentenraad organiseert zelfstandig een campusstudentenraad. Dit orgaan heeft een adviesrecht en rapporteringsplicht naar het Dagelijks Bestuur van de ASR. Dit orgaan verzorgt een goede operationele werking en verstandhouding tussen alle studenten op de campus.

D Verkiezing van studentenvertegenwoordigers

Art. 5: De verkiezingen van de vertegenwoordigers van de studenten is geregeld in het kiesreglement voor de mandaten voor vertegenwoordigers van de studenten in de participatieorganen.

E Samenstelling en werking van de participatieorganen

Art. 6: De samenstelling en werking van de participatieorganen is geregeld in het werkingsreglement van Odisee.

F Bevoegdheden van de Studentenraad

Art. 7:

  1. De ASR verdedigt de belangen van alle regelmatig ingeschreven studenten aan Odisee en de studenten van de KU Leuven op de campussen Aalst, Brussel, Schaarbeek, Dilbeek, Gent en Sint-Niklaas. De onderwijsbevoegdheden met betrekking tot de KU Leuven studenten op onze campussen worden geregeld in het reglementen van de studentenraad KU Leuven, STURA.
  2. De belangen van Odisee en KU Leuven studenten met betrekking tot de campuswerking worden besproken in de campusstudentenraad. De campusvoorzitters zorgen voor een informatiedoorstroom naar het dagelijks bestuur.
  3. De ASR heeft ten behoeve van al haar te vertegenwoordigen studenten een informatieplicht over de wijze waarop hij zijn bevoegdheden uitoefent. Deze informatieplicht wordt voldaan door minstens het publiceren van de verslagen van de Algemene Vergadering op de website van de ASR (http://www.asr.ac ). Vanuit een transparant beleid zullen ook de verslagen van de campusraden ter beschikking gesteld worden.

Art. 8: De ASR kan uit eigen beweging een schriftelijk advies uitbrengen met betrekking tot alle aangelegenheden die studenten aanbelangen. Het directiecomité of de Raad van Bestuur brengt na ontvangst van een advies steeds een met redenen omklede schriftelijke reactie uit in de vorm van een voorstel.

G Geschillenregeling inzake het Participatiereglement

Art. 9: Er is sprake van een geschil als het directiecomité of de Raad van Bestuur en de Studentenraad het ondanks bijkomend overleg, respectievelijk een gewijzigd voorgenomen besluit niet eens zijn over de uitvoering van het Participatiereglement en/of de interpretatie van een bepaling van het Participatiereglement. Indien er sprake is van een geschil over de uitvoering van het Participatiereglement en/of de interpretatie van een bepaling van het Participatiereglement, wordt dit binnen de veertien kalenderdagen gemeld aan de ombudsman de hogeschool. De ombudsman legt binnen de veertien kalenderdagen een bemiddelingsvoorstel voor aan het Directiecomité en de Studentenraad. Indien dit bemiddelingsvoorstel niet aanvaard wordt op grond van een volstrekte meerderheid van stemmen binnen het Directiecomité en de Studentenraad, neemt de Raad van Bestuur een eindbeslissing. Hij brengt hiervan steeds een met een redenen omklede schriftelijke reactie uit ten aanzien van de Studentenraad. Deze motivering wordt binnen een termijn van veertien kalenderdagen meegedeeld aan de Studentenraad, die ingaat de dag na deze waarop de betrokken reglementaire bepaling wordt aangenomen.